Digitale handtekening onvoldoende betrouwbaar

Leasecontract ongeldig verklaard

Wat als je een dagvaarding ontvangt voor niet-betaalde facturen voor een auto die je nooit hebt gezien, laat staan geleased? Het overkwam een vrouw die door BMW Financial Services Nederland werd aangesproken op een zogenaamd afgesloten private-leasecontract. Deze zaak belandde voor gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en ging met name over de betrouwbaarheid van digitale handtekeningen bij het aangaan van contracten. De les: digitaal ondertekenen via iDIN is niet altijd genoeg.

Leasecontract via iDIN: echt of nep?

Volgens BMW had de vrouw op 1 juli 2020 een leaseovereenkomst ondertekend via het digitale platform Scrive. Daarmee zou zij zich hebben verbonden aan een vierjarige leaseperiode met maandlasten van ruim 570 euro. De ondertekening vond plaats met behulp van iDIN, een bekende methode voor digitale identificatie via internetbankieren.

De vrouw ontkende echter in alle toonaarden dat zij ooit een overeenkomst had gesloten. Ze stelde dat er sprake was van identiteitsfraude. Ze had geen leaseauto besteld, nooit een overeenkomst aangegaan, en zich bovendien op het moment van digitale ondertekening in Spanje bevond. Toch werd zij door BMW aangesproken op niet-betaalde facturen, gelet op de digitale ondertekening. Hoe dat kon, wist zij zelf ook niet.

Hoe beoordeelt de rechter een digitale handtekening?

De kern van deze zaak draaide om de vraag of BMW met voldoende zekerheid kon aantonen dat de leaseovereenkomst daadwerkelijk door de vrouw zelf was gesloten. Dat lijkt misschien een eenvoudige vraag — immers, er was een digitale handtekening via iDIN. Toch ligt het juridisch ingewikkelder.

De wet (artikel 3:15a BW) bepaalt dat een elektronische handtekening alleen geldig is als deze voldoende betrouwbaar is, gezien het doel en de omstandigheden van het geval. In sommige gevallen is een digitale handtekening juridisch gelijk aan een handgeschreven krabbel, maar dat geldt niet altijd. De partij die zich op de digitale handtekening beroept, moet afhankelijk van het verweer, inzicht verschaffen in het proces van de totstandkoming van de overeenkomst met elektronische handtekening, als sluitstuk van de onderhandelingen die plaatsgevonden zouden hebben. Dit vanuit de beschermingsgedachte achter de wetgeving van een elektronische handtekening.

De vrouw had namelijk uitvoerig uiteengezet en onderbouwd waarom zij het niet geweest had kunnen zijn: zij was ten tijde van het vermeende showroombezoek en het aangaan van de overeenkomst niet eens in Nederland maar in Spanje en reed in een andere auto, om wat voorbeelden te noemen.

Het hof keek daarom niet alleen naar de handtekening, maar ook naar het gehele proces daar omheen. Hoe werd de link tot ondertekening verzonden? Werd er gecontroleerd wie deze opende? Is er bewijs dat de vrouw persoonlijk het contract ontving, ondertekende, of de auto in ontvangst nam?

Bewijslast rust op de partij die het contract claimt

In dit geval kon BMW op geen van die punten overtuigend bewijs aanleveren. Er was geen duidelijk documentatie van het ondertekenproces of verificatie van de identiteit. Een e-mailbericht dat voor digitale ondertekening toegezonden zou zijn, ontbrak in de procedure. Ook kon BMW niet aantonen dat de vrouw de showroom heeft bezocht, hoe zij aan bescheiden van de vrouw is gekomen en dat de auto daadwerkelijk was geleverd aan de vrouw. Bovendien heeft het hof geconstateerd dat de door BMW geschetste relevante feiten over de totstandkoming van de overeenkomst, feitelijke onjuistheden bevat. Het feit dat er betalingen vanaf de rekening van de vrouw waren gedaan, achtte het hof onvoldoende om daaruit af te leiden dat zij de contractspartij was.

Uitspraak hof en reactie mr. Wesley Sallé

Daarmee strandde de vorderingen van BMW. Het hof oordeelde in de uitspraak van 21 oktober 2025 dat de leaseovereenkomst niet bewezen was en vernietigde de eerdere uitspraken van de rechtbank. BMW werd veroordeeld tot terugbetaling van ruim twaalfduizend euro, vermeerderd met wettelijke rente en de proceskosten.

Als advocaat van de vrouw is advocaat Wesley Sallé tevreden dat zijn cliënte heeft kunnen aantonen dat zij niet zelf de leaseovereenkomst is aangegaan en BMW de betaalde bedragen aan haar met rente en kosten moet terugbetalen.

Wat betekent dit voor bedrijven?

Voor bedrijven die gebruikmaken van digitale ondertekening — zoals leasebedrijven, telecomaanbieders of online dienstverleners — is deze uitspraak een duidelijke wake-up call. De inzet van iDIN of een ander digitaal identificatiemiddel is niet automatisch juridisch sluitend bewijs van instemming. Het volledige proces rondom de totstandkoming van het contract moet betrouwbaar, controleerbaar en goed gedocumenteerd zijn.

Wordt een contract betwist, dan zal een rechter altijd toetsen of het aannemelijk is dat de persoon die wordt aangesproken ook daadwerkelijk het contract heeft gesloten. Wie daar geen waterdicht bewijs voor heeft, loopt het risico zijn vordering afgewezen te zien.

Wat betekent dit voor consumenten?

Consumenten die geconfronteerd worden met een digitale overeenkomst die zij nooit hebben afgesloten, staan dankzij deze uitspraak juridisch sterker. Betwist je tijdig dat je een contract bent aangegaan, en kun je aannemelijk maken dat je de overeenkomst niet bent aangegaan — bijvoorbeeld omdat je in het buitenland was of je gegevens zijn misbruikt — dan kan dat genoeg zijn om niet aan een overeenkomst gebonden te zijn.

Let op: elk geval is uniek. Wie wordt aangesproken op een digitaal contract dat hij of zij betwist, doet er verstandig aan direct juridisch advies in te winnen.

Juridisch advies over digitale contracten en identiteitsfraude

Deze uitspraak laat zien hoe belangrijk het is om kritisch te kijken naar de inzet van digitale handtekeningen en het sluiten van contracten op afstand. Of u nu ondernemer bent die zijn digitale proces juridisch wil verankeren, of consument die ten onrechte wordt aangesproken: goed juridisch advies maakt het verschil.

Meer informatie

Bij VBV Advocaten adviseren wij u graag over digitale ondertekening, bewijslast in online contracten en civielrechtelijke geschillen rond identiteitsfraude. Wilt u weten hoe u uw processen juridisch waterdicht maakt? Of wilt u bezwaar maken tegen een digitaal contract dat u nooit heeft ondertekend? Neem vrijblijvend contact met ons op.

Angelique Verweij, Wesley Sallé
of Joost Hoeve

a.verweij@vbvadvocaten.nl of w.salle@vbvadvocaten.nl of j.hoeve@vbvadvocaten.nl

tel. 0341-760510

Bron: rechtspraak.nl

Hoewel de uiterste zorg is besteed aan de inhoud van dit nieuwsbericht, aanvaardt VBV Advocaten geen aansprakelijkheid voor onvolledigheid of onjuistheid.