Slapend dienstverband en vakantie-uren

twee kantonrechters, twee visies

Het ‘slapend dienstverband’ blijft de gemoederen bezighouden in het arbeidsrecht. Hoewel de Hoge Raad in de Xella-uitspraak (Hoge Raad 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1734) duidelijkheid heeft geschept over de verplichting van de werkgever om in te stemmen met beëindiging met betaling van de transitievergoeding, blijven er discussies bestaan over de precieze reikwijdte van de rechten van de werknemer tijdens zo’n slapend dienstverband. Recentelijk hebben twee kantonrechters, die van de rechtbank Gelderland en die van de rechtbank Noord-Nederland, uitspraken gedaan die een uiteenlopend standpunt innemen ten aanzien van de opbouw van vakantie-uren bij een slapend dienstverband. Dit artikel bespreekt de essentie van deze uitspraken en de implicaties hiervan voor werkgevers en werknemers.


De zaak bij de rechtbank Gelderland: fulltime opbouw van vakantie-uren

De feiten

De casus bij de rechtbank Gelderland van 12 augustus 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:7054) betrof een werknemer die sinds 1995 in dienst was en na een motorongeluk in 2019 ziek werd. Na twee jaar ziekte oordeelde het UWV dat de werkgever niet aan zijn re-integratieverplichtingen had voldaan, waarna de loondoorbetaling werd verlengd. Per 1 maart 2024 ontving de werknemer een IVA-uitkering. De werknemer verzocht om beëindiging van het slapende dienstverband met betaling van de transitievergoeding en de opgebouwde, maar niet genoten verlofdagen. De werkgever stemde in met de beëindiging en an sich ook met de betaling van de transitievergoeding, maar verschilde van mening over de hoogte van de transitievergoeding én over de opbouw van verlofuren na de wachttijd.

De overwegingen van de rechter
De kantonrechter in Gelderland oordeelde dat de werknemer, ingevolge de Xella-uitspraak, aanspraak had op een vergoeding ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding. Belangrijker voor dit artikel was het oordeel over de vakantie-uren. De kantonrechter stelde dat het standpunt van de werkgever, dat een werknemer alleen vakantie-uren kan opbouwen over de tijd waarin hij aanspraak heeft op loon, in strijd is met Europees recht. Verwijzend naar het Max Planck-arrest van het Europese Hof van Justitie van 6 november 2018 (ECLI:EU:C:2018:874)** en artikel 31 lid 2 Handvest Grondrechten EU, besliste de kantonrechter dat zieke werknemers gedurende de gehele ziekteperiode, en niet alleen de eerste twee jaren, volledige vakantie-uren opbouwen, ongeacht of zij arbeid verrichten en ongeacht of zij recht hebben op loon.


De zaak bij de rechtbank Noord-Nederland: geen recht op jaarlijkse vakantie bij slapend dienstverband

De feiten

De rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2025:5517) behandelde eind september 2025 een zaak waarin een werknemer, die sinds 2007 in dienst was en na opvolgend werkgeverschap in 2019 bij een nieuwe werkgever kwam, in 2021 arbeidsongeschikt werd. Vanaf november 2023 ontving hij een WIA-uitkering. Er ontstond discussie over een beëindigingsovereenkomst en de hoogte van de transitievergoeding, mede door de vraag of er sprake was van opvolgend werkgeverschap. De werknemer trok zijn akkoord met de concept-vaststellingsovereenkomst in en maakte aanspraak op een hogere transitievergoeding en meer vakantie-uren.

De overwegingen van de rechter

De kantonrechter Noord-Nederland was in zijn uitspraak van 19 december 2025, in tegenstelling tot de Rechtbank Gelderland, van oordeel dat bij een slapend dienstverband geen recht bestaat op jaarlijkse vakantie met behoud van loon. De rechtbank stelde vast dat het recht op vakantie, conform artikel 7:634 BW, is gekoppeld aan de duur van de arbeid. De werknemer bouwt gedurende elk jaar waarin hij regelmatig arbeid verricht, aanspraak op vakantie op. Hoewel artikel 7:635 lid 4 BW bepaalt dat de werknemer tijdens ziekte aanspraak behoudt op het volledige aantal vakantie-uren, is deze bepaling niet onbegrensd. De kantonrechter interpreteerde dit zo dat de aanspraak op loon tijdens ziekte is beperkt tot 104 weken, waarna het dienstverband ‘slapend’ wordt. Aangezien er na deze periode geen loon meer wordt betaald en de werknemer geen arbeid meer verricht, vervalt naar de mening van deze rechtbank de grondslag voor verdere opbouw van vakantie-uren. De rechtbank erkende de Europese jurisprudentie over de bescherming van het recht op jaarlijkse betaalde vakantie, maar achtte deze niet van toepassing in de context van een slapend dienstverband waarbij de werknemer volledig arbeidsongeschikt is en geen arbeid verricht. De kantonrechter besloot daarom alleen de vakantie-uren toe te kennen die waren opgebouwd tot het einde van de wachttijd (de 104 weken ziekte).


Analyse van de juridische implicaties en de contrasterende visies

De twee uitspraken tonen aan dat er nog geen eenduidige lijn is in de rechtspraak over de opbouw van vakantie-uren bij een slapend dienstverband.

De Rechtbank Gelderland interpreteert het Europese recht (Max Planck-arrest en Handvest Grondrechten EU) breed, ten gunste van de werknemer, door te stellen dat vakantie-uren ook tijdens een langdurig slapend dienstverband volledig worden opgebouwd. Dit is een aanzienlijke bescherming voor zieke werknemers en kan leiden tot hogere eindafrekeningen bij beëindiging.

De rechtbank Noord-Nederland daarentegen, hanteert een restrictievere uitleg door te stellen dat het recht op vakantie met behoud van loon niet bestaat bij een slapend dienstverband nadat de loondoorbetalingsverplichting is geëindigd. Deze rechtbank baseert zich op de koppeling tussen arbeid, loon en vakantie-opbouw in het Burgerlijk Wetboek en acht de Europese bescherming niet van toepassing wanneer de werknemer geen arbeid meer verricht en er geen loon meer wordt betaald. Dit standpunt kan leiden tot lagere kosten voor werkgevers bij de beëindiging van slapende dienstverbanden, maar staat mogelijk op gespannen voet met de Europese regelgeving zoals die door de Rechtbank Gelderland wordt geïnterpreteerd.

Deze discrepantie in de rechtspraak creëert rechtsonzekerheid voor zowel werkgevers als werknemers. Het is aannemelijk dat deze kwestie uiteindelijk aan de Hoge Raad zal worden voorgelegd voor definitieve duidelijkheid.


Praktische aanbevelingen voor werkgevers en werknemers

Voor werkgevers:

  • Wees voorbereid op hogere kosten: houd rekening met de mogelijkheid dat, conform de visie van de Rechtbank Gelderland, ook tijdens een slapend dienstverband vakantie-uren blijven opbouwen. Dit kan de kosten bij beëindiging verhogen.
  • Neem proactief contact op: overweeg om na afloop van de loondoorbetalingsplicht het initiatief te nemen tot beëindiging van het slapende dienstverband, om onnodige opbouw van vakantie-uren te voorkomen, mocht de ruimere interpretatie van het Europees recht prevaleren.
  • Juridisch advies inwinnen: laat je goed adviseren over de specifieke situatie en de mogelijke financiële gevolgen. De jurisprudentie is nog in ontwikkeling, dus maatwerk is cruciaal.

Voor werknemers:

  • Controleer je rechten: weet dat er jurisprudentie is die stelt dat je ook tijdens een slapend dienstverband vakantie-uren blijft opbouwen. Dit kan een aanzienlijk bedrag vertegenwoordigen bij de beëindiging van je dienstverband.
  • Vraag om beëindiging: indien je een slapend dienstverband hebt, kan je aanspraak maken op beëindiging met betaling van de transitievergoeding, conform de Xella-uitspraak. Maak ook aanspraak op eventueel opgebouwde vakantie-uren.
  • Zoek juridische bijstand: laat je vertegenwoordigen door een gespecialiseerde arbeidsrechtadvocaat om jouw rechten optimaal te waarborgen, zeker gezien de uiteenlopende uitspraken.


Conclusie

De uitspraken van de Rechtbank Gelderland en de Rechtbank Noord-Nederland benadrukken de complexiteit van slapende dienstverbanden en de voortdurende discussie over de daaraan verbonden rechten en plichten. Met name de opbouw van vakantie-uren is een punt van zorg voor beide partijen. Het is essentieel om deze ontwikkelingen in de gaten te houden en bij twijfel altijd juridisch advies in te winnen. Alleen zo kunnen onnodige risico’s en discussies worden voorkomen.


Meer informatie
Wil je ook meer weten over slapende dienstverbanden en opbouw van vakantie-uren na 2 jaar arbeidsongeschiktheid? Of wil je meer informatie over het arbeidsrecht of heb je vragen naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met ons kantoor. Wij helpen je graag.

Angelique Verweij, Wesley Sallé, Joost Hoeve of Jasper Schans

a.verweij@vbvadvocaten.nl of w.salle@vbvadvocaten.nl of j.hoeve@vbvadvocaten.nl of j.schans@vbvadvocaten.nl

tel. 0341-760 510

 

* De Xella-uitspraak bepaalt dat werkgevers op grond van goed werkgeverschap moeten instemmen met het beëindigen van een ‘slapend dienstverband’ (langdurig zieke werknemer) en de transitievergoeding moeten betalen. Dit geldt wanneer loondoorbetaling is gestopt en er geen re-integratiekansen zijn.
** Op grond van het Max Planck-arrest geldt de vervaltermijn van de wettelijke vakantiedagen alleen als de werkgever aan zijn zorg- en informatieverplichtingen heeft voldaan. Dit brengt, volgens het Europese Hof van Justitie, met zich mee dat de werkgever de werknemer expliciet en tijdig moet informeren over het vervallen van de vakantiedagen. Een en ander zodat de werknemer de vakantie nog kan genieten, vóórdat deze vervalt. Als de werkgever niet kan bewijzen dat aan deze verplichting is voldaan, dan kunnen de vakantiedagen niet zomaar vervallen.

Bron: rechtspraak.nl en EUR-lex

 

Hoewel de uiterste zorg is besteed aan de inhoud van dit nieuwsbericht, aanvaardt VBV Advocaten geen aansprakelijkheid voor onvolledigheid of onjuistheid.