Lease-overeenkomsten en contractsoverneming bij auto’s
Wie is de juiste contractspartij bij een leaseauto?
Het doolhof van overeenkomsten en partijen bij lease van auto’s
Bij het ter beschikking stellen van (tweedehands) leaseauto’s door autobedrijven kunnen de contractuele verhoudingen tussen autobedrijf, leasemaatschappij en consument complex zijn. Een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 25 oktober 2024 laat zien hoe belangrijk het is om precies te weten wie op welk moment de contractspartij is, en welke gevolgen dit kan hebben, zowel voor de koper als voor het autobedrijf.
In dit derde en laatste artikel van ons drieluik over de aan- en verkoop van auto’s bespreken wij deze uitspraak en de belangrijkste les die autobedrijven hieruit kunnen trekken.
Wat is lease eigenlijk?
De wet kent geen algemene definitie van lease. Dat is niet verwonderlijk, aangezien lease in de praktijk in verschillende vormen voorkomt. Doorgaans wordt onderscheid gemaakt tussen operational lease en financial lease.
Bij operational lease blijft de leasemaatschappij eigenaar van de auto. De gebruiker krijgt uitsluitend het recht om de auto tegen een maandelijkse vergoeding te gebruiken.
Bij financial lease is, of wordt, de gebruiker eigenaar van de auto, terwijl de leasemaatschappij feitelijk optreedt als financier. Dit type overeenkomst wordt in de praktijk doorgaans gekwalificeerd als een huurkoopovereenkomst of als een geldlening met een bezitloos pandrecht.
De casus: een Volkswagen Golf met een verzwegen verleden
In de uitspraak van de rechtbank Den Haag ging het om een Volkswagen Golf die oorspronkelijk uit de Verenigde Staten kwam en op enig moment in Nederland was geïmporteerd. De auto was in de Verenigde Staten na aanzienlijke schade total loss verklaard, maar was nadien hersteld.
Het autobedrijf had de auto via een veiling ingekocht en vervolgens doorverkocht aan een consument, in de vorm van financial lease respectievelijk huurkoop. Afgesproken was dat het autobedrijf eigenaar van de auto bleef totdat de koper alle maandelijkse termijnen had voldaan.
In de leaseovereenkomst was echter ook bepaald dat het autobedrijf al haar rechten en verplichtingen uit de huurkoopovereenkomst, door middel van contractsoverneming, overdroeg aan de leasemaatschappij. Deze contractsoverneming had, met instemming van de koper, ook daadwerkelijk plaatsgevonden.
De koper vorderde in de procedure onder meer een verklaring voor recht dat de overeenkomst buitengerechtelijk was ontbonden, dan wel ontbinding of vernietiging van de overeenkomst op grond van non-conformiteit of dwaling, in verband met het schadeverleden van de auto. De koper had deze vordering echter ingesteld tegen het autobedrijf, en niet tegen de leasemaatschappij.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank kwam aan een inhoudelijke beoordeling van de gestelde non-conformiteit of dwaling niet toe. Het meest verstrekkende verweer van het autobedrijf slaagde namelijk al: door de contractsoverneming was het autobedrijf sinds omstreeks 1 juni 2023 geen partij meer bij de overeenkomst. Nu de koper hiermee had ingestemd, kon hij het autobedrijf niet langer aanspreken op grond van de (huur)koopovereenkomst.
Alle vorderingen van de koper strandden hierdoor, met uitzondering van een afzonderlijke vordering tot vergoeding van reparatiekosten aan de koplampen. Ook die vordering werd echter afgewezen, omdat de koper onvoldoende had onderbouwd dat deze kosten waren gemaakt en dat zij het gevolg waren van een aan het autobedrijf toerekenbare tekortkoming of een gegeven garantie.
De koper werd uiteindelijk veroordeeld in de proceskosten van het autobedrijf, ter hoogte van € 4.639,-.
Wat kunnen autobedrijven hiervan leren?
Deze uitspraak illustreert twee belangrijke lessen voor autobedrijven die leaseauto’s aanbieden.
Ten eerste is het van groot belang goed te weten of, en op welk moment, sprake is (geweest) van een contractsoverneming. Wanneer een koper zich met klachten over de auto meldt, is het zaak snel te beoordelen of uw bedrijf nog altijd de juiste contractspartij is, of dat de klacht eigenlijk bij de leasemaatschappij thuishoort. Dit voorkomt onnodige discussies en procedures.
Ten tweede leert deze zaak dat een succesvol beroep op een procedureel verweer, zoals het ontbreken van hoedanigheid als contractspartij, niet wegneemt dat onderliggende klachten over de auto zelf ook goed onderbouwd moeten worden. Waar dat niet gebeurt, zoals bij de vordering over de koplampen, wordt ook een inhoudelijk beoordeelde vordering afgewezen.
Voor autobedrijven is het daarom raadzaam om:
- Bij binnenkomende klachten van (voormalige) leaseklanten steeds na te gaan of, en zo ja wanneer, een contractsoverneming heeft plaatsgevonden.
- De overeenkomst en eventuele leaseovereenkomst met de leasemaatschappij hierop te controleren, voordat inhoudelijk op een klacht wordt gereageerd.
- Bij twijfel over de juiste contractspartij, de klant hierover duidelijk en tijdig te informeren en, waar nodig, door te verwijzen.
- Ook wanneer een procedureel verweer kansrijk lijkt, onderliggende klachten serieus te (laten) beoordelen, met het oog op eventuele reputatieschade of vervolgdiscussies.
Juridisch advies over een teruggedraaide kilometerstand?
Twijfelt u of uw autobedrijf nog partij is bij een lopende leaseovereenkomst, of ontvangt u een klacht van een (voormalige) leaseklant? VBV Advocaten adviseert u graag over uw contractuele positie en de te nemen vervolgstappen. Heeft u een vraag of een dreigend geschil, neem dan contact op met:
Wesley Sallé of Joost Hoeve
w.salle@vbvadvocaten.nl of j.hoeve@vbvadvocaten.nl
tel. 0341-760510
Bron: rechtspraak.nl
Hoewel de uiterste zorg is besteed aan de inhoud van dit nieuwsbericht, aanvaardt VBV Advocaten geen aansprakelijkheid voor onvolledigheid of onjuistheid.
